| BOEKRECENSIE |
|
|
"Management in
zesvoud"
|
Print |
|
|
Dat de rol van “het
management” cruciaal is in voor een
succesvol veranderproces staat voor mij
vast. Als alleen de hoogste leider binnen
een onderneming iets wil, maar zijn managers
niet mee heeft, komt er van veranderingen
weinig terecht. Veel managementboeken gaan
over het bepalen van wat de verandering zou
moeten zijn (strategie) en hoe die bereikt
moet worden (tactiek). In het boek
“Management in zesvoud. Een praktijkmodel
voor veranderaars” belichten Ben Lievers en
Jan Lubberding vooral de menselijke kant van
een organisatieverandering.
|
|
Ben Lievers Jan
Lubberding
|
Het adagium “mensen maken de organisatie”
gaat vaak op. Natuurlijk kunnen sterke leiders ook heel veel
bepalend zijn, maar mijn ervaring is dat continuïteit van
succes toch het beste gewaarborgd wordt als de medewerkers
het succes van de organisatie vormen. Deze gedachtengang
hebben Ben Lievers en Jan Lubberding vast en zeker ook gehad
toen ze het boek “Management in zesvoud. Een praktijkmodel
voor veranderaars” schreven. Hierin besteden zij namelijk
veel aandacht aan de gevolgen van veranderingen voor
medewerkers en managers en aan het managen van hun
reacties.
De start van het boek wekt de indruk dat
de auteurs vooral de harde kant van veranderingen belangrijk
vinden. Op basis van 3 parameters (bestaansrecht,
leefbaarheid en inrichting) praten zij over het bepalen van
de kloof tussen de huidige situatie en de gewenste situatie.
In het tweede hoofdstuk verandert de koers ineens naar
functieomschrijvingen en competentieprofielen. Achteraf snap
ik de logica goed, want als je een verandering in een
organisatie wilt aanbrengen, dan hoort daar vaak ook een
gedragsverandering van medewerkers bij.
Na de “harde” start gaat het boek verder
op overwegend “zachte” aspecten. Hoe ga je om met weerstand
bij anderen (en bij jezelf), welke stadia doorloopt iemand
die moet veranderen en wat komt er allemaal op de manager af
die de verandering moet uitvoeren? Stuk voor stuk uiterst
relevante aspecten van een verandering. Ik ervaar dit als
het meest waardevolle deel van dit boek. De voorbeelden die
gebruikt worden, zijn duidelijk en onderstrepen de theorie.
Opvallend vind ik het hoofdstuk waarin de manager centraal
staat, omdat ik niet eerder een boek heb gelezen waarin de
manager zo concreet geholpen wordt om zijn rol te
verduidelijken en te spelen. De functionele relaties zijn
volgens de auteurs een sleutel. Dit kan ik alleen maar
onderschrijven, want die zijn uitermate belangrijk maar
volgens het organisatieschema vaak niet zo voor de hand
liggend.
Als klap op de vuurpijl sluiten Lievers en
Lubberding af met een praktijksituatie waarin zij als
adviseur hebben opgetreden. De problematiek van het ter
discussie staande bedrijf is uit het leven gegrepen.
Verwijzend naar hun eigen theorieën, loodsen de auteurs de
lezer door de casuïstiek. Er komt een moment dat de
adviseurs hun conclusie trekken. Voor die conclusie heb ik
bewondering, want zij getuigt van het geloof in wat ze in
dit boek hebben verkondigd.
“Management in zesvoud” is inderdaad een
boek voor elk type organisatie. Het is in het begin niet
helemaal duidelijk welke kant de auteurs opgaan en waar de
titel precies aan refereert behalve dat er 6 inhoudelijke
hoofdstukken zijn en dat een kubus 6 vlakken heeft, maar als
je dit handzame boekje uit hebt, ben je als (potentiële)
veranderaar heel wat wijzer geworden. Dit boekje is voor mij
een bevestiging van mijn belangrijkste leerervaring als
veranderaar: bijna niets is zoals het in eerste instantie
lijkt. Ook dit geldt voor elk type
organisatie.
|